Het Karrenmuseum in Essen staat niet stil
“Een karre och here, ’t is ‘t klappen nie weird,” zo vertolkt Willem Vermandere het standpunt van de moderne chauffeur. Maar een bezoekje aan het Karrenmuseum van Essen maakt de tongen los. Precies veertig jaar geleden dokkerde de kar van Blanche ‘VERVOER-KOLEN’ (ja, ze bestaat echt) van Merksem naar Essen voor de plechtige opening van het Karrenmuseum.
De opeenvolgende conservators zorgden dat er een wagenmakerij en een smederij op de site bijkwamen en breidden het karrenbestand uit tot intussen tweehonderd exemplaren. Karren naargelang wie ze trok: schapen-, ezels-, paarden- en ossenkarren. Of karren naargelang wat erin vervoerd werd: brouwers- en bakkerswagens, groente- en beerkarren, een brandweer-, woon- en een heuse boomwagen. In het museum vindt u ze allemaal. Het personenvervoer wordt geëvoceerd in het koetshuis: de goudkleurige koets uit 1874 van de stad Antwerpen voor de elfurenbegrafenis ‘met volle licht’, de sjees (een typisch achttiende-eeuws sportrijtuig voor adellijke vrouwen), of de landauer, (vervaardigd in de Duitse stad Landau)…

