Unieke collectie in Topstukkenlijst

Een reeks van 63 papkommen uit de zestiende eeuw is opgenomen in de Vlaamse Topstukkenlijst. Trotse eigenaar is het Maagdenhuismuseum van het OCMW Antwerpen.
‘Elders in de wereld zijn slechts individuele exemplaren bewaard', en 'Deze papkommen in Antwerpse majolica vormen de tussenschakel tussen de majolica vervaardigd in Italië en de faience van het Noorden,' zo luiden de motiveringen. Het museum was erg blij met de beslissing van de Vlaamse Gemeenschap. Voor het eerst komt keramiek op de Topstukkenlijst. Het is ook een expliciete erkenning van het niveau van Maagdenhuismuseum.
Alle papkommen hebben dezelfde vorm, een halve bol met twee doorboorde drielobbige handvatten, dezelfde vorm als bij tinnen begijnenkommen. De binnenzijde van de majolica-kom bestaat uit een medaillon met de madonna en kind, of met een mannen- of vrouwenbuste, waarrond de Italiaans en Chinees getinte versieringen subtiel variëren. Waar het glazuur ontbreekt, zie je sporen van de proenen, een soort zeesterren in aardewerk, waartussen de papkommen werden gestapeld in de oven.
Majolica of gepolychromeerd plateel is een typisch Antwerpse techniek. Als glazuur gebruikte men niet langer loodoxide maar tinoxide, het buitenste laagje dat zorgt voor de waterdichte glans. Tinoxide had een praktisch voordeel, want het zorgde voor een witte fond waarop gemakkelijker kon worden geschilderd, maar het was ook veel beter voor de gezondheid. Vervolgens werden de kommen beschilderd met verschillende metaaloxiden. En bij majolica heb je dat herkenbare, bonte kleurenpalet, heel zuiders. De techniek was rond 1500 in Antwerpen geïntroduceerd door Italiaanse inwijkelingen, die ze op hun beurt van de Arabieren en de Oude Egyptenaren hadden.
