William Degouve de Nuncques
William Degouve de Nuncques is geboren in 1867 in de Franse Ardennen. Zijn familie verhuist in 1874 naar Brussel. Zijn welstellende en gecultiveerde ouders steunen hem in de ambitie kunstenaar te worden (of juister, te zijn). Hij gaat niet naar de academie maar leert van andere kunstenaars en wil vooral zijn eigen ding doen. Reeds op 16-jarige leeftijd was hij in contact gekomen met kunstenaars zoals Jan Toorop en Henry De Groux, die beiden lid werden van Les XX. Degouve wordt snel opgenomen in het artistieke en literaire wereldje van toen, in Brussel en Gent. Op het eerste salon van La Libre Esthétique toont de 25-jarige kunstenaar Het kanaal en Het blinde huis. Het zijn topwerken van het Belgische symbolisme. Degouve streeft ernaar een mysterieuze sfeer weer te geven en gebruikt daarvoor opmerkelijk veel motieven uit de natuur: bomen, bloemen, tuinen en bossen. Dat alles vaak gehuld in blauwe nevels of maanlicht. De dromen bevatten soms sprookjesachtige elementen, kleine lichtjes, een zwaan, pauwen en een enkele keer engelen. Het beeld mag dan soms wat wazig zijn, de onderliggende geometrische structuur blijft altijd zichtbaar. De menselijke figuur komt er nauwelijks in voor. Opvallend zijn de diepe wat glinsterende kleuren.
Een niet onbelangrijk intermezzo in het leven Degouve is het verblijf van 1899 tot 1902 op het eiland Majorca. In deze korte periode veranderde het kleurpalet van de kunstenaar en de in zijn vroeger werk heersende duisternis verdwijnt, voor enige tijd. Degouve ontmoet er de Spaanse schilder Rusinol. Het Spaanse verblijf werd besloten met tentoonstellingen in Palma en Barcelona.
Na de Eerste Wereldoorlog komt de kunstenaar terug naar Brussel en vestigt zich nadien in Stavelot waar hij inspiratie vindt in de natuur. Vooral de melancholische, verstilde sneeuwlandschappen trekken hem aan. In Brussel organiseert Georges Giroux een grote tentoonstelling (nog altijd de grootste Degouvetentoonstelling) in zijn galerie, in 1926. De prijzen van Giroux zijn even hoog als die van Ensor. Maar veel elan kan de kunstenaar niet putten uit dit succes; hij geraakt verlamd in 1928 en kan niet echt meer schilderen, tot hij in 1935 overlijdt.

